home organisatie werkveld expertise portfolio exploitatieplannen contact
Nieuws

Artikel praktijkblad Grondzaken en Gebiedsontwikkeling - februari 2018

OPINIE - De nieuwe accountant

De laatste jaren treden de grote vier accountantskantoren terug van de overheidsmarkt. Velen van u zullen dit aan den lijve ondervinden. In een enquête van mei 2017 gaf 20% van de gemeenten aan dat men problemen verwachtte.¹ De werkelijkheid kon nog wel eens ernstiger zijn, omdat de Big Four keuzes maken wie ze wel en niet controleren. In dit artikel gaat Nico Harkes in op wat er gaande is bij de accountants, wat we kunnen verwachten en wordt een inschatting gemaakt wat dit betekent voor de grondbedrijven. Dit artikel is gebaseerd op feiten maar is opiniërend geschreven en is bedoeld om uit te dagen tot reageren.

Nico Harkes MRICS²

Oorzaak
Natuurlijk speelt de omvang van de opdracht een rol waarom de Big Four zich terugtrekken, maar er is meer aan de hand. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) deelt flinke boetes uit aan kantoren die onvoldoende voortgang maken met de verbetering van de kwaliteit van de controle;³ daar zit een kantoor niet op te wachten. De kans dat er iets fout gaat bij de controles van een gemeente is een stuk groter dan bij een bedrijf dat een beperkte hoeveelheid producten maakt. De gemeente vervult – hoe klein ook – alle overheidstaken. Natuurlijk zijn er samenwerkingsverbanden, maar dat maakt het er niet eenvoudiger op. Bovendien is met name het sociaal domein moeilijk te controleren op rechtmatigheid. De accountant kan niet zomaar vragen of cliënten de juiste zorg ontvangen hebben. Daar zijn wel weer protocollen voor, maar dat werkt in ieder geval nu nog niet overal.

Kwaliteit
Dat er overigens iets mis is met de kwaliteit mag blijken uit het volgende analyserapport van de AFM inzake de controle van een grondbedrijf.

Kleinere spelers
KPMG controleert geen gemeenten. Het is een publiek geheim dat ieder van de overige Big Four-kantoren een lijstje heeft van 70 gemeenten/provincies die men wil bedienen. Totaal zouden circa 100 gemeenten wel bediend kunnen worden. Er blijven er circa 288 over die nog een accountant zoeken. Dit nog los van de gemeenschappelijke regelingen en allerlei andere samenwerkingsverbanden. Maar zelfs deze lijst kan nog langer worden nu geruchten de ronde doen dat een van de overige controlerende Big Four-kantoren geheel stopt met het controleren van gemeenten. De afgelopen jaren hebben kantoren als Baker Tilly Berk, Mazars en BDO een deel van de opengevallen ruimte overgenomen. Een deel is in 2015 ook beoordeeld door de AFM. Die kantoren kwamen er nog slechter vanaf dan de Big Four. Op dit moment wordt dan ook op veel fronten geïnvesteerd.

Het beperken van de overheidspraktijk leidt ook tot het vertrek van een aantal controlerend accountants bij de grotere kantoren. Die beginnen dan voor zichzelf of sluiten zich aan bij andere partijen. Publieke Sector Accountants, Eshuis Accountants, Publiek Belang Accountants en Astrium Overheidsaccountants zijn voorbeelden. Dat dit niet altijd een onverdeeld succes is, mag blijken uit de kortstondige aanwezigheid van Vallei Accountants uit Woudenberg. Na een aantal maanden was deze speler al weer overgenomen. Vanuit Woudenberg een klant controleren in Groningen vraagt veel, zowel veel kennis als een inspanning om de klant toch te bezoeken. De meeste kleine spelers geven aan alleen regionaal actief te zijn of te worden.⁴ Maar het kan ook anders. Sommige spelers bestaan al jaren en hebben een prima trackrecord.

Echter ook diverse kleinere kantoren geven aan alleen te willen werken voor gemeenten die hun gegevens op orde hebben. Immers op de lange termijn kunnen ook zij een controle van de AFM verwachten en niemand zit te wachten op een reprimande. Ook mag niet verwacht worden dat de kosten naar beneden gaan. Immers de hoeveelheid werk neemt niet af en veelal werkt men met ervaren krachten.

Vraagpunten
De grondbedrijven vormen binnen de gemeente een sector op zich, maar zijn in die zin niet uniek. Wel leggen de grondbe-drijven een flink beslag op de middelen en de reserves. De vragen waar het vooral om gaat zijn de volgende:

  • Is de waardering van het onderhanden werk goed gedaan? Daarbij speelt marktkennis een belangrijke rol. Zolang de partijen regionaal werken en de regio’s niet te groot zijn, zou dit moeten werken.
  • Het is de vraag of het doordenken van de consequenties van wetgeving, zoals de Omgevingswet, naast andere wetgeving, valt bij te houden met kleine organisaties die geen adviestak hebben. Hier kan zich een behoorlijke spanning opbouwen. Zeker om de haarvaten van een dergelijke wetgeving te kennen.
  • Faciliterend grondbeleid en in het bijzonder exploitatieplannen vraagt veel inhoudelijke kennis. Hiermee hebben kleine kantoren – op een enkele uitzondering na – weinig ervaring.
  • Dit leidt tot een ander punt: of het accountantskantoor überhaupt over de nodige specialistische aanpalende kennis beschikt, zoals de vennootschapsbelasting. De kleine kantoren zitten niet of nauwelijks aan tafel bij de Belastingdienst of het ministerie en hebben ook maar mondjesmaat mensen in dienst die ervaring hebben in andere sectoren.

De NBA, de beroepsorganisatie van de accountants, heeft de hoop gevestigd op het delen van kennis door de grote kantoren met de kleine. Of hiervan in de praktijk veel terechtkomt, zal de tijd leren. We zien op dit moment een terugtrekken van de grote kantoren uit diverse algemene fora. Dat is logisch, want men heeft ook minder capaciteit beschikbaar.

Kleine kantoren hebben wel als voordeel dat alle tijd in de klant gestopt kan worden. Het kwaliteitshandboek is een stuk minder dik dan van de grote kantoren en er behoeft minder overlegd te worden. Zo kan er tijd zijn voor de controles van bijvoorbeeld taxateurs zoals in het aangehaalde voorbeeld van de AFM-controle.

Waar gaan we heen?
De VNG heeft zich nog niet publiekelijk over deze zaak uitgelaten. Men geeft aan verder te zoeken naar een oplossing. Maar daarvan is nog niets bekend. Bovendien geeft men aan dat de kosten van de accountant naar beneden moeten en dat er niet meer geld beschikbaar moet komen voor controles nu er sprake is van een toevoeging van het sociaal domein. Dat spoort in ieder geval niet met het kostenplaatje van de kleine kantoren.

Het is wel duidelijk dat wie nog een accountant wil hebben tegen een redelijke prijs zelf zijn zaken op orde moet hebben. Dat betekent standaardiseren, bijhouden en het organiseren van de eigen interne controle. Accountants zullen kieskeurig zijn wie ze als klant willen hebben. Dat geldt voor groot en klein.

Voorts zal men ook het nodige moeten betalen voor een accountant. De uurtarieven zakken wel als voormalige partners van de Big Four-accountantskantoren voor zichzelf beginnen, maar er wordt meer tijd aan een opdracht besteed (als de capaciteit wel aanwezig is). Bij een aanbesteding zal het bedrag vast moeten staan, en zal er gevraagd moeten worden naar kwaliteit, capaciteit en ervaring van de uitvoerenden met het controleren van de gemeenten. Het is niet nodig dat het bedrijf de ervaring heeft. Het zijn de mensen die het moeten doen.

Het kennisprobleem is voorlopig nog niet opgelost. Mogelijk dat we meer naar een model moeten dat de accountant een soort van sparringpartner wordt van de gemeente. Daarbij heeft de gemeente meer inhoudelijke kennis, maar is de accountant de kritische controleur. Dit model is houdbaar zolang de gemeente wel over kennis beschikt. Echter de accountant is dan niet meer adviseur, wat hij ook in veel gevallen vroeger was. Een andere variant is dat de accountant een netwerk van specialisten om zich heen heeft waar hij de kennis vandaan haalt. De borging van inhoudelijke kennis zou ook een criterium moeten zijn bij de aanbesteding.

 

 

Rapport van de AFM van 2016 Waardering grondexploitaties

De externe accountant heeft ten aanzien van de waardering van de grondexploitaties ingeschat dat sprake is van risico’s op een afwijking van materieel belang en deze aangemerkt als significant. De externe accountant heeft gepland gegevensgerichte werkzaamheden uit te voeren. De werkzaamheden bestonden met name uit het uitvoeren van werkzaamheden op de aan- en verkopen van gronden en het gebruikmaken van de werkzaamheden van een waarderingsdeskundige voor de beoordeling van de plausibiliteit van veronderstellingen in de berekening van de waardering van grondexploitaties. De externe accountant heeft niet gesteund op de general IT controls. De uitvoering van de gegevensgerichte werkzaamheden was op relevante onderdelen ontoereikend. De externe accountant heeft namelijk nagelaten:

  • Te evalueren of de werkzaamheden van de waarderingsdeskundige adequaat zijn voor de doeleinden van zijn controle. Zo heeft de externe accountant bijvoorbeeld nagelaten de aard en reikwijdte van de werkzaamheden van de waarderingsdeskundige vast te stellen.
  • De bevindingen van de waarderingsdeskundige voldoende te evalueren en op te volgen.
  • Werkzaamheden uit te voeren op de grondexploitaties die geen onderdeel uitmaakten van de werkzaamheden van de waarderingsdeskundige.
  • Voldoende werkzaamheden uit te voeren op de verliesvoorziening voor de in exploitatie genomen gronden.

 

Noten
1. Onderwerp Resultaat enquête naar beschikbaarheid accountants voor controle gemeentelijke jaarrekening. Ledenbrief VNG 9 mei 2017.
2. Directeur NEXT Vastgoed Consultancy BV.
3. Controleur zwaar teleurgesteld in grote accountants: te veel fouten, nieuwe boetes op de loer. Zie de Volkskrant 29 juni 2017.
4. Gemeente-accountant weg bij Deloitte om voor zichzelf te beginnen. FD 13 oktober 2017.