home organisatie werkveld expertise portfolio exploitatieplannen contact

Werkveld/expertise

  grondexploitatie & planeconomie
risicomanagement

Nota kostenverhaal

Een structuurvisie creëren en daarna een Nota kostenverhaal lijkt een logische volgorde. Echter, een structuurvisie creëren kost veel tijd en gedurende al die tijd is het maken van een kostenverhaal niet mogelijk. De wet staat toe om ook een losse Nota kostenverhaal te maken. Deze is sneller op te stellen. Bovendien biedt het de mogelijkheid om in de structuurvisie een bredere scope te geven dan alleen de financiën.

De Nota kostenverhaal gaat voor zover relevant in op de drie mogelijkheden die de Wet ruimtelijke ordening een gemeente biedt voor het verhaal van kosten van:
1. Bovenwijkse voorzieningen
2. Bovenplanse verevening
3. Bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen

De nota geeft een gemeente de mogelijkheid om zonder een structuurvisie kosten te verhalen van voorzieningen die nut hebben voor verschillende exploitatiegebieden, de zogenaamde bovenwijkse ofwel meerwijkse voorzieningen. Bovenplanse verevening heeft tot gevolg dat vanuit winstgevende plannen bijdragen worden verlangd om tekorten op verliesgevende locaties (deels) af te dekken. De basis voor bovenplanse verevening dient gelegen te zijn in de structuurvisie van de gemeente. Ten behoeve van bovenplanse verevening kunnen vereveningsfondsen worden ingesteld. In de anterieure fase (privaatrechtelijk spoor) kunnen bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden verhaald. Deze ontwikkelingen kunnen gelegen zijn buiten het betreffende exploitatiegebied. Vereist is dan wel dat de ruimtelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in een vastgestelde structuurvisie. Van ruimtelijke ontwikkeling is met name sprake als het gaat om de leefkwaliteit.

NEXT heeft uit ervaring geleerd dat het verhaal van de genoemde kostensoorten niet kan plaats vinden zonder toepassing van de drie criteria profijt,  toerekenbaarheid en proportionaliteit. We hebben hiervoor een eigen rekenmodel ontwikkeld welke ons in staat stelt kostenvragers te koppelen aan kostendragers en waarmee we kritisch de vraag kunnen beantwoorden of en hoe er sprake is van deze drie criteria. We zijn hiermee tevens in staat om de gevolgen voor de Algemene Dienst zoveel mogelijk in te perken.